Hoe gaat de synchronisatie in zijn werk?
Clients en de server in een Commence werkgroep blijven met elkaar in sync door bestanden met elkaar uit te wisselen. Iedere client stuurt elk sync-interval zijn wijzigingen in een bestand met de extensie .up (upload) naar de centrale spoolmap. Dit kan een map in de LAN zijn of een FTP map. De server leest ieder sync-interval deze map(pen) uit en pakt de .up bestanden op. In deze .up bestanden staat een pointer. De pointer is een waarde waaruit de server kan opmaken wanneer de bewuste client voor het laatst heeft gesynchroniseerd. Vervolgens stuurt de server alle wijzigingen vanaf dat laatste punt naar deze client. Hiertoe plaatst de server een .dwn (download) bestand met daarin de wijzigingen en een pointer in de spoolmap. De server doet dit voor elke client. De client kijkt ieder sync-interval of er voor hem een .dwn bestand in de spoolmap staat. Als dit zo is, pakt hij het op, verwerkt de wijzigingen in zijn database, en stuurt een .up bestand ter bevestiging. Hiermee is 1 cyclus, 1 'synchronisatie ronde', voltooid.
Client:
Server:
Het creeren van, alsmede het ophalen van, een .dwn bestand gaat op identieke wijze, maar dan in omgekeerde richting.
Indien om de een of andere reden het lezen of schrijven van een synchronisatie bestand mislukt, wordt dit hernoemd tot een .err (read error) of .ser (send error). Deze kunnen altijd veilig verwijderd worden.
zie ook:
Commence synchroniseert niet meer
Hoe weet de server wat er gewijzigd is?